Aalburgse vastgoedshuffle…

28 oktober 2017

De gemeenteraad van Aalburg heeft de komende weken wat te kiezen. In de begroting van 2018 zijn de nodige investeringsplannen opgenomen waarbij er her en der nog potjes zijn waarmee geschoven kan worden. Eén van de meest in het oog springende keuze is de mogelijke realisatie van een nieuwe én ruime huisartsenpraktijk in d’Alburcht.  Het huidige onderkomen van de dokters is verouderd. Een moderne huisartsenpraktijk heeft andere eisen dan die van 25 jaar geleden. Goede medische zorg in de nabijheid is een belangrijke voorziening en dit wordt hiermee gegarandeerd. De investering in de praktijk wordt volledig gedekt door de huur die de doktoren gaan betalen. Iedereen blij zou je dan denken.

 

 

Helaas…zo simpel is het niet. O.a. het bestuur van stichting d’Alburcht heeft laten weten op te stappen als dit doorgaat. Dit omdat de praktijk in de huidige plannen volledig ten koste gaat van de zalen in d’Alburcht. Als CDA fractie zijn we een warm voorstander van een huisartsenpraktijk. Maar ook d’Alburcht is een belangrijke centrale voorziening waar in het verleden hard voor is geknokt om deze te realiseren. Naast de sportzalen vinden we ook een zalen- c.q. dorpshuis -functie waar iedereen terecht kan om iets te organiseren erg waardevol. Eerlijkheid gebied te zeggen dat de exploitatie van d’Alburcht, ondanks alle goede bedoelingen, tot op heden niet sluitend is geweest. En dat zal ie misschien wel nooit worden.  Maar is dat heel erg?  Een voorziening kost nu eenmaal geld. Het stichtingsbestuur klopt al jaren bij de gemeente op de deur voor extra steun. Zonder een plan gaat d’Alburcht over een paar jaar failliet. Alles bij het oude laten is dus geen optie.

 

Met de mogelijke overheveling van de sportactiviteiten vanuit het kleine zaaltje uit de Tulpstraat naar d’Alburcht kiest het college voor centralisatie van de sportvoorziening. Beter één goede voorziening dan meerdere halve. Logisch.  Voor de zalenfunctie ligt de oplossing m.i. ook voor het grijpen. Stoot Bubeclu af en hevel deze activiteiten over naar de overkant van de straat. Waarschijnlijk vind niet iedereen dat gelijk leuk maar keuzes maken doet soms pijn. Maak van d’Alburcht één centraal centrum waar huisartsen, sport en zalen elkaar aanvullen. Waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten. De foyer en bar bieden voldoende ruimte die wellicht nog een stuk uitgebouwd kan worden. Hierbij kan m.i. goed gekeken worden naar het Uivernest in Hank. Ik ben daar het afgelopen jaar een paar keer geweest en heb gezien dat een dorpshuis echt kan bruisen. Of de exploitatie dan op de huidige manier door kan gaan vraag ik me wel af. Wellicht is het nu daarvoor óók het juiste moment om het over andere boeg te gooien.

Draaien windmolens op subsidie?

7 juli 2017

Vandaag mocht ik als trotse ouder aanwezig zijn bij de diploma-uitreiking van mijn dochter. Maar liefst 127 jongeren verlaten vol met dromen en ambities de middelbare school. Sommige pakken een tussenjaar maar het merendeel gaat een vervolgstudie volgen. Tussen de vele gekozen studierichtingen kwam ook de studie Global Sustainable Science langs.  Hé, dat is interessant dacht ik. Hoe zou een student of hoogleraar denken over de mogelijke plaatsing van windmolens in het Land van Heusden en Altena.

Deze week werd deze discussie binnen onze regio actueel door het initiatief van het waterschap Rivierland. Zij voelen een maatschappelijke verantwoordelijkheid als het gaat om de uitdagingen waarvoor we gesteld zijn als het gaat om de reductie van CO2 en de aanpak van het klimaatprobleem. Men wil, bij voldoende draagvlak, een aantal windmolens plaatsen waarbij de opbrengsten terugvloeien naar de lokale gemeenschap. Als locatie heeft men een aantal gronden langs de Bergsche Maas tussen Dussen en Hank op het oog.  In het kader van duurzaamheid en gedeelde verantwoordelijkheid een voorstel met positieve kanten.

Toch staat niet iedereen op voorhand te juichen. “Windmolens draaien op subsidie, niet op wind. Ook is er sprake van horizonvervuiling. ” konden we lezen in de regionale kranten. Als dat zo is zou je denken dat je inderdaad faliekant tegen moet zijn.  Hoe zit dit?

Een korte zoektocht op internet leert het volgende:

  1. De SER ( onafhankelijk overheidsorgaan ) zegt: Ja, zonder subsidie zou windenergie waarschijnlijk niet bestaan. Zie voor meer info de bron www.energieakkoordser.nl
  2. Ondanks dat over smaken te twisten valt op deze site ook te lezen dat er sprake is van overlast voor de directe omgeving en dat windmolens erg opvallende verschijningen zijn in het landschap.

Maar er is ook een andere kant van de medaille. Het verband tussen de CO2 uitstoot en de opwarming v/d aarde en de hiermee samenhangende klimaatproblematiek is veelvuldig aangetoond. NIETS DOEN IS GEEN OPTIE. De overheid ziet dat er een transitie noodzakelijk is en probeert middels subsidies andere duurzame vormen zoals wind en zonne-energie op te starten.  Een goede zaak waar niets mis mee is.

Echter: Het blijkt dat óók kolencentrales worden gesubsidieerd…. In 2017 is dit bedrag maar liefst 3,6 miljard euro!!! ( BRON ).  Dat geeft weer toch te denken.

En zo heb ik nog wel meer vragen.  Waarom plaatsen we de windmolens niet alleen op zee?  Welke alternatieven zijn er wellicht mogelijk?  Voor mij is het veel te vroeg om te zeggen dat ik geen windmolens wil. Ik sta zeker niet te trappelen maar ook in Altena hebben we onze verantwoordelijkheid inzake de de energie-opgave. Wat zou het toch mooi zijn als we grotendeels zelfvoorzienend kunnen zijn in onze energie die dan op een duurzame vorm is gewonnen.  Graag laat ik me hier de komende tijd verder over informeren.

Waarschijnlijk duurt het nog een paar jaar voordat voor het klimaatprobleem de echte antwoorden hebben gevonden. In tussentijd moeten we wel aan de slag. Hopelijk levert de studie Global Sustainable Science voldoende afgestudeerde studenten met nieuwe ideeën op die zo duurzaam zijn dat heel Altena er in gelooft.

Meervoudige democratie is géén eenvoudige democratie

14 april 2017

Bij de vorming van de nieuwe gemeente Altena hebben we met elkaar de lat hoog gelegd. Er is, in samenwerking met 250 inwoners, een ambitieuze toekomstvisie opgesteld. Hierin staan de kernwoorden duurzaamheid, veelzijdigheid en zelfredzaamheid centraal. Op basis van deze visie wordt nu bepaald hoe Altena bestuurd gaat en ingericht gaat vormen.  In de besturingsfilosofie is te lezen dat we een meervoudige democratie willen zijn : iedereen (vanuit gemeente én samenleving) kan vragen inbrengen en mogelijke oplossingen aandragen. De samenleving participeert in initiatieven van de gemeente en de gemeente participeert in initiatieven van de samenleving.

In mijn eigen woorden is meervoudige democratie het volgende. De gemeenteraad ( representatieve democratie ) , die één keer in de vier jaar wordt gekozen, stelt kaders waarbinnen de samenleving ( de participatieve democratie ) allerlei initiatieven kan ontplooien.  Raadsleden zijn actief in de dorpen, leren loslaten, acteren op hoofdlijnen en vinden dit alles belangrijker dan raadsvergaderingen. De twee vormen van democratie hebben elkaar nodig, zullen elkaar versterken en bestaan naast elkaar.

Om dat in de praktijk handen en voeten te geven zal wennen én zoeken zijn. Meervoudige democratie is géén eenvoudige democratie. Dat bleek deze week wel toen in de fusieraad een drietal visiegroepen kwamen inspreken. Zij gaven hun mening op welke wijze zij hun rol zien in de komende periode bij de verdere uitwerking naar één gemeente Altena.  Woorden als teleurstelling, eisen, eigen status en los opereren vielen.  Met name mevrouw van Vianen ( voormalig raadslid VVD – Werkendam ) ging er met gestrekt been in. Zij sprak van een nep-participatie en slaagde er in minder dan 5 minuten tijd in om vele nekharen ( inclusief die van mijzelf ) in beweging te krijgen.  E.e.a. riep natuurlijk weer de nodige reacties op. Wat mij betreft bewijst dit dat we er nog lang niet zijn.

Maar was dat wel reëel om te verwachten? Dergelijke processen kosten normaliter jaren. Er zal daarom de komende weken én maanden in elkaar geïnvesteerd moeten worden. Visiegroepen moeten beseffen dat de kaders waarbinnen ze kunnen opereren bepaald worden door de raad. Voor raadsleden geldt het dat zonder inzet van de samenleving er niets van de grond komt. Ruimte geven is dus het devies.

Naar elkaar luisteren, leren en geduld zijn belangrijke ingrediënten om het gerecht van de meervoudige democratie te bereiden. Of geïnspireerd door een reclame slogan:  De polsstok zijn zij, de hoogte bepalen wij. Op basis hiervan kunnen de komende periode experimenten in samenwerking met de visiegroepen een serieuze kans krijgen.