Kerk en staat

23 september 2018

De afgelopen week heb ik niet echt met plezier gekeken en geluisterd naar de politieke ontwikkelingen in Den Haag.

Ten eerste waren daar de politieke beschouwingen. Privé en publiek werden met elkaar vermengd, mensen moesten maar oprotten en de oppositie heeft niet echt het idee gekregen dat er serieus naar hun inbreng is gekeken. Het politieke debat  ( lees: gekissebis ) van afgelopen week in Den Haag is weer eens een voorbeeld waarom de afstand tussen de politiek en de inwoners waarover zij gaat steeds groter wordt.

Ten tweede las ik de open brief van Klaas Dijkhoff waarin hij publiekelijk afstand doet van de kerk. Nu vind ik het altijd jammer én verdrietig als mensen de kerk verlaten en/of hun geloof de rug toekeren. Maar dat is mijn ogen een strikt persoonlijke keuze. Nu bekroop mij toch het gevoel dat de VVD-fractievoorzitter publiekelijk wilde scoren door zijn persoonlijke keuze om de kerk te verlaten “uit te venten”. Een slechte zaak. Het past ook niet bij het uitgangspunt om kerk en staat gescheiden te houden.

Toen deze week iemand mij vroeg of de raadsleden van Aalburg we net zo “vriendelijk” tegen elkaar zijn als in Den Haag moest ik aan beide voorvallen denken.  Hoe handelen we ten opzichte van elkaar in het politieke debat van de raad en hoe houden we kerk en staat gescheiden?

Tijdens de raadsvergaderingen zijn we gelukkig een stuk collegialer tegen elkaar. Maar we denken niet altijd even vriendelijk over elkaar en/of elkaars standpunten.  Gelukkig wordt het zelden persoonlijk in het publiekelijke debat. Mocht dat wel het geval zijn dan is het aan de voorzitter om in te grijpen.

In Aalburg is het de gewoonte om de raadsvergaderingen te beginnen én te eindigen met een ambtsgebed. Hierin wordt hulp gevraagd van God bij het nemen van de besluiten voor de gemeente en haar inwoners. Zelf ben ik belijdend lid van de PKN én gelovig maar toch vind ik best raar dat bij een gemeenteraadsvergadering wordt geopend en gesloten met deze gebeden. Voor de beeldvorming over het scheiden van kerk en staat is het niet juist. Daarnaast worden de raadsleden die niet of anders geloven voor een stukje buitengesloten door de opening als een Christelijk gebed

Elk raadslid wordt geacht om het beste te besluiten voor de gemeente én haar inwoners. Het is zeker goed om daar aan het begin van een raadsvergadering bij stil te staan. Maar dat kan ook een andere wijze. In de gemeente Woudrichem wordt gestart met het uitspreken van een votum.

De tekst is als volgt:

Verbonden aan onze toewijding voor de publieke zaak en ons diep respect van ons democratisch ideaal van vrijheid, gelijkheid en gemeenschap. Geworteld in de traditie van geloof, hoop en liefde zoeken we dat wat de belangen van onze gemeente en haar inwoners dient en staan wij stil bij de onze bron van inspiratie.

Daarna wordt er even stilte in acht genomen. Iedereen krijgt dan de ruimte om in een plechtige stilte even stil te staan wat hem of haar stuurt / brengt. Of in stilte wellicht een gebed uit te spreken.

Op deze wijze een raadsvergaderingen openen spreekt mij erg aan. Ruimte scheppen aan een ieder. Niets opdringen. Kerk en staat gescheiden houden.  Iedereen kan hier actief aan deelnemen en een er eigen invulling aan geven. Bijvoorbeeld óók door het in stilte uitspreken van een gebed.

Lezers kijken misschien vreemd op van deze blog. Ik ben immers vertegenwoordiger van het CDA Altena. Een partij waar toch een C in de naam en de genen zit.  Daarom kort mijn zienswijze daarop. Als lokale brede volkspartij bedrijven we een politiek waarbij we ons laten inspireren door Christelijke waarden. Deze waarden zijn toepasbaar voor iedere inwoner. Iedereen die deze waarden onderschrijft is welkom bij het CDA. Religieus, of niet religieus.
Ik hou er zelf helemaal niet van om mensen af te meten tegen een Christelijke meetlat. Sterker nog, ik word daar zelfs een beetje kriebelig van. Ik ken genoeg niet-kerkelijke inwoners die zich meer voor een ander inzetten en/of wegcijferen dan dat ik dat bijvoorbeeld zelf doe. En alle inwoners zijn voor mij gelijk. Je kunt echter  wel respect opbrengen voor de mening van een ander. Daarom blijf ik bijvoorbeeld wél een groot voorstander van de zondagsrust in Altena. En houd ik zeker niet van scheldpartijen in het politieke debat.

Ik neem als raadslid actief deel aan de werkgroep die voor de raad van Altena alles zo goed mogelijk probeert voor te bereiden. We hadden als werkgroep ons ook uit kunnen spreken over het ambtsgebed. Dit hebben we niet gedaan omdat we weten dat dit (politiek) gevoelig ligt.  Daarom moet de nieuwe raad in januari hier zelf een beslissing over nemen. Hoe hier ik hier persoonlijk over denk is bij deze duidelijk.

 

  • Jaap Budding 23 september 2018 at 10:48

    Toch een opmerking over het inbrengen van persoonlijke zaken in het publieke debat. N.m.m. kan in een aantal gevallen het inbrengen van persoonlijke zaken in het publieke debat wel degelijk nuttig zijn, met name als het te maken heeft met de geloofwaardigheid van de betreffende politicus. Je hebt gelijk als je stelt dat de voorzitter in principe moet ingrijpen, maar ik vind dat hij/zij daar erg terughoudend in moet zijn.