Controle op bluswatervoorziening faalt

31 mei 2020

Afgelopen dinsdagmorgen werd Genderen opgeschrikt door een grote brand. Gelukkig vielen hierbij geen gewonden. Echter, er is sprake van grote materiële schade waarbij de impact voor de direct betrokkenen gigantisch is.

Doordat ik hemelsbreed dichtbij woon werd ook ik tussen kwart over vier en half vijf wakker. Je hoort dichtbij sirenes, je kijkt naar buiten en als je dan metershoge vlammen boven de daken ziet dan schrik je flink. Snel in de kleren en poolshoogte nemen bij je schoonmoeder. Want daar waren de vlammen vlak in de buurt. Gelukkig, alles blijkt daar in orde. 

Buurtbewoners staan een auto te blussen met een tuinslang en direct omwonenden, waarvan een aantal met rieten daken houden angstvallig de ontwikkelingen in de gaten. Flink wat brandweerlieden zijn druk in de weer. Als je hen zo bezig ziet dan krijg je daar diep respect voor. Met een paar luchtflessen op je rug en gewapend met een spuit, als vrijwilliger, een brandend huis in lopen. Ik geef het toe, ik zou het niet durven. Onderling wordt strak gecommuniceerd. Je ziet aan alles dat ze goed op elkaar ingespeeld zijn. Wat mogen we trots zijn op deze lokale helden.

Tegelijkertijd hoor je ook verbazing en irritatie. Waar blijft het extra bluswater?  Waarom is er onvoldoende druk? Seconden lijken dan minuten, en minuten uren. Een brandweercorps kan zo goed opgeleid zijn, beschikken over schitterend materiaal maar als voldoende (extra) bluswater ontbreekt dan voelt men zich machteloos.

Ik weet niet exact hoe lang het heeft geduurd maar na een tijdje is ook de hoogwerker voorzien van water. Met vier tankspuiten en een hoogwerker wordt de brand geblust en wordt het sein brand meester gegeven.

In de loop van de dinsdag loop je er nog even langs en daarbij word ik door een aantal mensen aangesproken. Er was grote moeite bij het (snel) verkrijgen van voldoende bluswater. Minimaal één brandkraan zat vol zand. Doordat diverse korpsen meededen en niet iedereen de situatie ter plekke goed kent kom ook men niet alle kranen goed vinden. In de middag gaan enkele jongeren uit de buurt nabij hun eigen huis op zoek naar brandkranen. Deze blijken onder een dikke laag gras en grond te liggen. Men legt deze bloot en op de straat worden de brandkranen met gele driehoeken gemarkeerd.
Als dat met de brandkranen daar ter plekke ook het geval was…

Wat gaat hier fout?  Zoals het hoort wordt dit natuurlijk netjes onderzocht en volgt hiervan een rapport. Toch durf ik, op basis van gesprekken met verschillende personen ( ervaringsdeskundigen en (in)direct betrokkenen ) hier nu al wel een eerste uitspraak over te doen.

Tot een tijdje terug  controleerde de brandweer jaarlijks zelf alle brandkranen en brandputten in hun verzorgingsgebied. Dat mag niet meer van de eigenaar van het net, Brabant Water. Men heeft liever niet dat anderen aan hun net zitten en zij doen dit nu zelf en streven er naar om dit eens per vijf jaar te doen. Ja, u leest het goed, streeft er naar om dit minimaal eens per vijf jaar te doen!!! 

Eén ding lijkt me zeker, dat is natuurlijk veel te weinig. Zeker als er intussen tijd gewerkt is aan straten en bermen. En dan kun je nog afvragen hoe vaak wordt er eigenlijk echt gecontroleerd door deze geprivatiseerde partij? Als we net als gezondheid ook veiligheid serieus nemen in NL dan snap ik echt niet waarom dit zo is afgesproken en geregeld. Bij de jaarlijkse rondes van de brandweer had men elk jaar diverse op- en aanmerkingen die opgevolgd werden.

Waarom deze aanpak door de veiligheidsregio, en indirect onze gemeente geaccepteerd?

Controleren van brandkranen zijn misschien niet de leukste oefenavonden maar ik denk dat er zo 20 vrijwilligers zijn op te trommelen die mee willen helpen om brandkranen te markeren en te controleren. Het gaat om de veiligheid van je eigen woon- en leefomgeving!!

In het nog te verschijnen rapport zal waarschijnlijk netjes uitgelegd worden hoe het zat met de (tijdige) beschikbaarheid van A-, B- en C-bluswater. Wil je daar meer over weten lees dan deze beleidsregels ( LINK ) door. Misschien zal de veiligheidsregio wel zeggen dat, net als een tijdje geleden bij de grote brand in Woudrichem, alles binnen de normen viel. Onze brandweerexpert uit de CDA-fractie, Wendy van Ooijen, trok toen ook al aan de bel.

Als dat de conclusie is, dan kloppen die normen volgens mij echt niet.

De brandbestrijding is een gemeentelijke taak. Daarom ben ik dinsdagmiddag, samen met mijn collega raadslid en dorpsgenoot Pim Bouman direct in de pen gekropen. We hebben schriftelijke vragen ( LINK ) gesteld over de beschikbaarheid van bluswater en de controle van de brandkranen in de gemeente Altena.  Onze burgemeester heeft aangegeven ook graag te willen weten hoe het precies zit.  Ik reken op een snelle beantwoording en adequate aanpak!! Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Mocht je naar aanleiding van deze gebeurtenissen en/of blog me nog willen voorzien van extra input c.q. willen reageren dan kan dat uiteraard.

Tel: 06-21540524  of e-mail: arnobouman365@gmail.com

Linkse Krokodillentranen in Brabant

29 februari 2020

Sinds de VVD heeft besloten om coalitie-onderhandelingen te voeren met het Forum voor Democratie en het CDA word ik regelmatig gevraagd wat ik daar van vind. Dan gaat het natuurlijk met name om de keuze om eventueel met het Forum voor Democratie een coalitie in Brabant te vormen.

Laat ik maar gelijk toegeven dat ik er helemaal niet blij mee ben.  In de beeldvorming zou het CDA kiezen voor een partij die de invloed van mensen op klimaatverandering ontkent. En dat met een narcistische landelijke voorman die in mijn ogen bewust de randen op zoekt richting het rechts-nationalisme met boreale uitspraken en dubieuze tweets. Allemaal zaken die haaks staan op de uitgangspunten van de christendemocratie en mijn persoonlijke normen en waarden.

Tegelijkertijd is het zo dat veel mensen in Brabant gekozen hebben op het Forum en de VVD.  Al die stemmers negeren en hier geen gesprek mee durven aan gaan zou ook betekenen dat je mensen uitsluit.

Uiteindelijk zou je een eventueel akkoord dus moeten beoordelen op de inhoud. Waarbij ik dan extra let op de standpunten die ingenomen worden op het gebied van duurzaamheid en solidariteit. Durven bijvoorbeeld de Brabantse Forum-leden afstand te nemen van de dubieuze uitspraken van Thierry Baudet?

Maar hoe is het nu eigenlijk zo ver gekomen? Mijn analyse is heel simpel. Doordat een aantal linkse partijen een te starre houding hadden in het Brabantse stikstofdebat werd het CDA gedwongen om uit de coalitie te stappen. Dit om nog geloofwaardig te blijven richting hun achterban en verkiezingsprogramma. Diezelfde partijen schreeuwen nu moord en brand dat het schandalig is dat VVD en CDA überhaupt in gesprek gaan met de tweede partij van Brabant.

Ook in de (regionale) media wordt er terecht veel aandacht aan besteed. In het Brabants Dagblad van 20 februari jl. waren er drie ingezonden brieven te lezen.  Het is opvallend hoe verschillend de toon van de ingezonden stukken is. De jongeren afdeling van het CDA, het CDJA,  vindt dat er polderend gezocht moet worden naar een coalitie voor een stabiel Brabant. Hierin zit iets van zoeken naar overeenkomsten en samenwerking.

De jonge socialisten willen een linkse vuist tegen een rechtse coalitie. Dat klinkt niet vriendelijk. Herman van Krieken uit Broek stelt in een ingezonden brief van een Arm Brabant wat overgeleverd dreigt te worden aan het ‘Forum’ waarbij onwetende volksvertegenwoordigers onze toekomst op het spel zetten en onzin verkondigen.

Het zijn krokodillentranen vanuit dezelfde hoek als van waaruit de wens aanwezig is om de agrarische sector in Brabant stelselmatig te elimineren. Als men eind 2019 in het stikstofdebat een klein beetje meer was opgeschoven richting het landelijke beleid had de vorige coalitie van het midden nog gewoon actief geweest.

Misschien is het nog niet te laat en ondernemen D66, Groen Links en de PvdA actie waarbij zij hun loopgraven in het stikstofdebat verlaten en de agrarische sector in Brabant weer een heldere toekomst geven. De oplossing ligt in mijn ogen in het midden. Ik zou het alleen maar toejuichen want een coalitie met het Forum is een gedwongen verstandshuwelijk. Daar heeft het CDA in mijn ogen alleen maar slechte ervaringen mee opgedaan.

Altena Woonakkoord

3 februari 2020

Toen we met het CDA bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 aangaven dat er een Deltaplan Wonen moest komen in Altena werden we een beetje uitgelachen door de andere partijen. Het afgelopen anderhalf jaar hebben we voor het woningprobleem bij meerdere gelegenheden aandacht gevraagd. Gelukkig ontstaat nu ook bij andere partijen steeds meer het inzicht dat er in Altena echt actie nodig is. Zo heeft de SGP het initiatief genomen voor een motie waarin het college wordt opgeroepen om voor de zomer een actieplan te maken.

Uiteraard ga ik namens het CDA deze motie mee indienen. Hoe breder dit geluid gedragen hoe beter. Tegelijkertijd zou ik graag zien dat er niet alleen plannen en visies worden gemaakt maar dat er ook daadwerkelijk gebouwd wordt. De vraag is nu echter wat zou er dan in zo’n plan moeten komen te staan?  Onderstaand een aantal mogelijke ingedriënten:

  1. Pak een aantal bestemmingsplannen met voorrang en urgentie op en neem hierin als gemeente de regie-rol. Voorbeelden zijn de Lange Wiep in Werkendam en Genderen-Zuid.
  2. Durf ruimte te bieden aan initiatieven voor tiny houses, collectief particulier opdrachtgeverschap en het opdelen van grotere gebouwen in meerdere woon-eenheden.
  3. Breng in kaart welke grondposities de gemeente in bezit heeft waar op korte termijn aan de slag gegaan kan worden.
  4. Maak een Altena Woonakkoord. In Altena zitten een paar grotere aannemers en we beschikken over een leger aan ZZP-ers. Samen met woningcorporaties, project-ontwikkelaars en provincie kunnen zeker op de plekken waar de gemeente grond bezit snel slagen gemaakt worden.
  5. Straal per direct een grote ambitie uit als een moderne gemeente waar we het met elkaar maken!! Daarmee wordt Altena ook aantrekkelijker als werkgever.

De rode draad voor de langere termijn zou kunnen zijn dat er in en om elke kern gebouwd kan worden voor de autonome behoefte. Zo blijven de kernen vitaal. Dus geen onderscheid meer in A-, B- of C-kernen.  Deze strategische fout is ooit in het verleden gemaakt om onderscheid in grondprijzen te maken maar wie wil er nu wonen in een B- of C-kern?

Daarnaast zou de gemeente meer de regie-rol naar zich toe moeten trekken én tegelijkertijd meer ruimte bieden voor initiatieven en de partners van het Altena Woonakkoord. Een actievere grondpolitiek draagt hier toe bij.

Tenslotte moet de provincie worden gezien als een strategische partner en niet als lastig bestuursorgaan. Het zou mooi zijn als met de provincie afspraken gemaakt kunnen worden om voor kleinere plannen versneld die vallen binnen kaders over versnelde procedures.